Wagonladingen

Vele wagons worden beladen terwijl deze in model leeg te koop zijn. We hebben hier enkele voorbeelden om deze wagons beladen.

 

Vaten als lading

 

Naast het vervoer met tankauto,s en spoorketelwagens worden ook vloeibare producten in vaten en kleine containers vervoerd. Het voorbeeld kwam ik tegen in het oude Antwerpen en aan de Rotterdamse Waalhaven. In eerste instantie denkt men bij het zien van deze vaten aan  gevaarlijke stoffen, maar in deze vaten kunnen zowel vetstoffen, smeermiddelen, niet agressieve chemicaliën als eetbare oliën zitten. Daarom behoeven ze geen speciale veiligheidsbehandeling tijdens het transport. Volle vaten met een kostbare inhoud worden in de regel op pallets gestouwd en met gesloten wagens vervoerd. Lege vaten, of vaten met een relatief goedkope inhoud worden daarentegen vervoerd in open wagens. Meestal als bulk, want dat is aanmerkelijk goedkoper. Over het algemeen worden hiervoor de E en K-wagens gebruikt. Omdat de vaten gestandaardiseerd zijn, worden ze voor alles en nog wat gebruikt. Een lading lege vaten zal dan ook zelden of nooit van een zelfde kleur zijn. Volle vaten  zijn doorgaans van lege vaten te onderscheiden , doordat de laatste er vuil, gedeukt,en gebruikt uitzien.

Een Res beladen met nieuwe vaten. Rongen en zijwanden staan op.

  In 1989 staat een lange rij Res-en met nieuwe vaten te wachten bij Antwerpen-Luchtbal. Voor het in model vullen van deze wagen met vaten moet al snel gerekend worden op 4 x Preiser 17101 a  € 8.84

Ook werden voor dit transport wel de ex-kolenbakken gebruikt zoals het exemplaar hiernaast.

Om vaten te sparen leggen we onder in de wagen een fake bodem aan als op de tekening.

Zo ziet een model geladen Kolenbak er uit. Door toepassing van de fake bodem hebben we nu maar twee Preiser 17101 nodig.

De “vatenwagen” opgenomen in een trein(tje) met nog te behandelen wagenladingen

 

Bosbouwproducten

Schaaldelen, dat is een afvalproduct wat ontstaat bij het verwerken van boomstammen tot planken, zij laten zich niet zoals planken en balken, netjes stapelen. Daarom worden deze delen voor transport van de zagerijen naar de papierindustrie tot grote pakketten gebundeld. In de beladingsvoorschtriften van NS wordt een beschrijving gegeven van het beladen van deze bosbouwproducten. In NS-taal spreekt men van hout in bundels, rondhout, schaalhout, spaanhout en sloophout. Dit alles niet gekantrecht. Het binden van de bundels voor vervoer in openwagens moet minstens eenmaal gebeuren als de bundels liggend zijn geladen en niet boven de wagenwanden uitsteken. Op platte wagens moeten de bundels zo gebonden worden, dat het hout niet kan uitschuiven. Dat geschiedt op de volgende wijze:
a) bundels tot 1 meter lengte minstens eenmaal binden;
b) rondhout langer dan een meter minstens tweemaal binden;
c) schaalhout en spaanhout van 1 tot 4 meter lengte minstens driemaal binden; langer dan 4 meter minstens viermaal binden. De bindingen moeten op gelijke afstand van elkaar aangebracht worden
d) voor in bulk vervoerd sloophout gelden andere regels.
HR

 

Hierin zijn de voorschriften voor het vervoer  van Bosbouwproducten vastgelegd

 

De tekening zal een en ander verduidelijken.

In de oude haven van Antwerpen kwam ik deze bundels schaalhout tegen Let eens op de grote ongelijkheid van de schaaldelen.

Een K wagen “netjes”beladen met schaaldelen. De wagen is een standaard product van de grote merken

Model geladen schaalhout op een LWGK. Deze 17 5 ton rongenwagen is ontstaan uit drie Roco rongenwagens

Let op de bindingen van de bundels, en dat de bundels NIET boven de rongen uitsteken

 

 

 

Bewaren